De tentoonstelling laat de ontwikkelingen zien van 125 jaar ontwikkelingen op het platteland van Limburg. Ook de verbinding met het rijke roomse leven, en de teloorgang daarvan, komen aan de orde.
De reden: omstreeks 1890 hadden we te maken met een landbouwcrisis die het uiterste vergde van de agrarische samenleving. Men besefte dat samenwerking kon bijdragen aan een mogelijke oplossing. In de periode 1890 – 1910 kwamen meerdere coöperatieve organisaties van de grond: de zuivelindustrie (o.a. talrijke boterfabriekjes), de Boerenleenbanken, de Groente – en Eierveiling, de Boerenbonden en o.a. de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond, de latere LLTB.
In een relatief korte periode van 20 jaar gebeurde er veel in de streek met in zichzelf gekeerde dorpen met een gebrekkige infrastructuur, geen radio, nauwelijks kranten en bijna geen agrarisch onderwijs: een prestatie vanjewelste!
Bovengenoemde organisaties werden mede de pijlers waarop de vanaf 1910 ingezette welvaart steunde. De Coöperatieve Boerenleenbank maakte het mogelijk dat de vele nieuwe ontwikkelingen konden worden gefinancierd. De boterfabriekjes groeiden uit tot stoomzuivelfabrieken en zijn heden ten dagen allen verenigd in Campina-Friesland. In nagenoeg elk dorp verscheen de Boerenbond. Deze vereniging kocht bijvoorbeeld in het groot kippenvoer en kunstmest in voor haar leden. Ook kocht ze dure landbouwmachines die de leden konden lenen. En de boerenbondwinkel begon in o.a. tuinartikelen. De Boerenbond kennen we nu onder de naam ‘Welkoop’. De coöperatieve veilingen bevorderden de afzet van de land- en tuinbouwproducten. En de eiermijn in Roermond was vijf jaar na oprichting de grootse van Nederland. De emancipatie speelde ook een rol, Er werden bijvoorbeeld boerinnenbonden opgericht die opleidingen en cursussen voor vrouwen organiseerden.
Het resultaat: Limburg groeide in Nederland uit tot een welvarende provincie, de boterfabriekjes stonden model voor Nederland. Noord-Limburg werd het tweede tuinbouwgebied van Nederland, herbergt een van de grootste veilingen van West-Europa en verspreidt over de gehele provincie kwamen agrarische opleidingen. In het kielzog van de veiling is de export sterk gestegen en behoort Noord-Limburg nu tot de top 5 voor het goederenvervoer in Nederland. De huidige Limburgse boeren en tuinders zijn goed opgeleid.
Al met al een rijke oogst van schrale grond!


