De haammaker

Paard met haam

Een haam is een ovaalvormig met ijzerbeslag verstevigde ring van hout bekleed met leer. Deze wordt om de hals van een paard gehangen en aan de onderzijde afgesloten. Tussen het hout en het leer is het opgevuld met stro of paardenhaar. Het paard trekt met zijn schouders. De kar of werktuig dat het paard moet trekken, wordt met kettingen aangehaakt aan weerszijden van de haam.

Een haam is de voorloper van het gareeltuig. De naam haam werd in oud Nederlands gebruikt voor houten halsband of juk. Frankische boeren hebben gaandeweg alle elementen verbeterd waaruit het Romeinse tuigage voor paarden bestond. Dat resulteerde onder meer tot het onderdeel de haam. In combinatie met de andere onderdelen van de tuigage leidde dit tot vergroting van de trekkracht. Hierdoor kon het paard de os vervangen als trekdier voor ploegen en zwaarbeladen wagens. Een haam is een tractiemiddel.

Elk boerenbedrijf in Limburg had zeker één tractiewerktuig om de bedrijfsvoering te vergemakkelijken. Vaak waren het er meer. Ze liepen letterlijk op paardenkracht.

Het maken van een haam is vakmanschap

Een haam maken is secuur werk, vergt veel vaardigheden en tijd. Het is 100% handwerk en vraagt een goede samenwerking tussen boer, zadel-/haammaker en smid.

Iedere haammaker had zijn eigen model. Ook waren er verschillen tussen Limburgse en Brabantse hamen. In Limburg hadden haam en werkzadel aan beide kanten ringen. In Brabant was dit aan een kant waar de teugels door moesten. In Brabant maakten men ook zadelknoppen op het werkzadel voor als het paard op hol sloeg. Ook voor koeien, ezels, honden en geiten zijn hamen gemaakt.

Haam voor paard, ezel en hond
Haam voor paard, ezel en hond

Werkwijze maken haam

De boer bestelde een haam bij de haammaker en dan spraken ze meteen af wanneer deze klaar zou zijn. Het maken kostte 2 à 3 weken en de prijs was in de jaren 50 ca 75 gulden.

De zadelmaker ging naar de boer die de haam had besteld om deze aan te meten. Op basis van een bestaande haam keek hij waar deze te groot of te klein was voor het paard. Voor een eerste haam werden schouders en borst van het paard uitgebreid gemeten. In zijn werkplaats legde hij de haamspanen op de juiste maat en verbond deze van achter aan elkaar. De smid kon daarmee het ijzerbeslag precies op maat maken. Een haam werd dus precies op maat gemaakt voor dat ene paard.

De leren bekleding van de haam vulde de zadelmaker met spieren stro. Deze werden een voor een met een vulstok ingebracht en elke spier werd geteld. De haam moest aan beide zijden even dik zijn. Op het laatst werd vanuit de binnenkant nog wat bijgevuld met varkens- of paardenhaar. De haam ging nu op de haamleest en werd met een zware houten hamer op maat en gladgeslagen. Alles moest glad en strak zitten. Met de haamkap werd het binnenwerk afgedekt tegen inregenen.

Handtekening van de haammaker

Met de vorm van de haamoren en de haamkap gaf de haammaker zijn visitekaartje af. Vaak werden deze onderdelen ook uitbundig versierd met kopersierbeslag, schildjes, afwerkrandjes of rommels (bronzen belletjes). Haammakers en boeren herkennen aan de wijze van afwerking van de haam welke haammaker deze gemaakt heeft.

In gebruikname haam

Het advies is om een nieuwe haam niet meteen aan te doen bij zwaar werk. De haam moest zich namelijk nog naar de borst van het paard gaan zetten. (Denk maar aan nieuwe schoenen inlopen). Een kant en klare paardenhaam heeft een gewicht van ongeveer 10 kilo.

Colofon

  • Informatie: Haammaker die zijn spullen gedoneerd heeft aan De Locht
  • Literatuur: Geert de Bruijn: Het Limburgs haam, Een onmisbare schakel tussen mens en dier
  • Tekst : Helen Eggenkamp
  • Fotomateriaal en tekening: museum de Locht