Alles oet de Kliërkas

Met deze expositie laat de Locht zien wat er na zes museumjaren zoal in haar klerenkast ligt. Ons eigen beperkte bezit is voor deze tentoonstelling aangevuld met schenkingen en stukken die we even in bruikleen hebben gekregen. Het is een gevarieerde verzameling geworden van kleding en ander textiel dat door de mensen in Noord-Limburg werd gedragen en gebruikt.

Kleren maken de man. Ze vertellen veel over de bezitter, hoe hij leefde, werkte, uit of naar de kerk ging. Maar stoffen zijn kwetsbaar, soms moeilijk te conserveren en bewaren. Een mooi bloesje (vroeger blouse of corsage) ziet er om een welgeschapen lijf anders uit dan in een doos of op een hangertje.

Oude kleren worden meestal niet bewaard. Tegenwoordig doen we ze weg omdat ze uit de mode zijn; vroeger werden alle kleren afgedragen of op een andere manier opgebruikt. Ze werden in plaats van als “zondagse” kleding voor door-de-weeks gebruikt, of bijvoorbeeld vermaakt tot kinderkleding. Als iets niet meer paste was er wel een familielid of buur die er nog blij mee was. Werkgevers gaven hun minder modieuze spullen aan hun personeel. Kleren werden op die manier helemaal opgebruikt, maat en snit waren voor de meeste mensen minder belangrijk dan tegenwoordig, zoals doopjurkjes en toeren.

Gelukkig zijn er behalve opruimers ook bewaartypes, mensen die ons de vaak met veel herinneringen en soms emoties omgeven voorwerpen brengen. De voorwerpen die on ons bezit komen behandelen en bewaren wij zo zorgvuldig mogelijk. Zo kunnen anderen er nog van genieten, krijgen we meer inzicht in het leven van onze voorouders en kunnen we aan de generaties na ons laten zien hoe in vroeger tijden in deze streek gekleed en geleefd werd.