Op het eerste oog hebben Charles Dickens en “De Locht weinig met elkaar gemeen. De Engelse romanschrijver Charles John Hufham Dickens, de belangrijkste schrijver van het Victoriaans tijdperk, leefde van 1812-1870 en is een van de meest gelezen 19e eeuwse romanschrijvers. Wie kent niet Olivier Twist, David Copperfield en de Christmas Carols?
De maatschappelijke misstanden zoals Charles Dickens die beschreef: de schrijnende armoede, het klassenverschil en het uitzichtloze leven kwamen niet alleen in Engeland op grote schaal voor, in heel West Europa gold helaas een vergelijkbare situatie. De boeken van Charles Dickens waren en zijn nog steeds populair, doordat hij de draak stak met de rijke bovenklasse die het gewone volk verachtte en naar eigen goeddunken behandelde; de uitzichtloze situatie werd gehandhaafd!
De armoede van Engeland was ook de armoede van Nederland; de dagloners, de fabrieksarbeiders, de turfstekers van de Peel en Drenthe, de wevers, de boerenknechten en de dienstmaagdjes, de dagloners en ander werkvolk, het was overal gelijk. En dat is het raakvlak met “de Locht”.
De verdienste van Charles Dickens is dat zijn verhalen toegankelijk en begrijpelijk zijn voor iedereen. De populaire en geromantiseerde musicals zoals Olivier Twist proberen de realiteit enigszins te benaderen wat slechts ten dele lukt. Die tijden liggen hopelijk voorgoed achter ons.
De opkomst van het socialisme aan het einde van de 19e eeuw zette weliswaar een ommekeer in beweging, maar de hoge heren hadden er nog lang stevig de wind onder; het gedrag van Petrus Regout in Maastricht ten opzichte van zijn personeel was zodanig dat het zelfs de regering te bar werd. De eerste Parlementaire Enquête was een feit.
Bijeenkomsten van arbeiders waren verboden, Protest werd gezien als relschopperij; de politie sloeg demonstraties met harde hand uit elkaar. Wie zijn mond open deed stond op straat en kon nergens terecht. Er is zelfs een schriftelijk verzoek bewaard gebleven dat zodanig was opgesteld en ondertekend dat de handtekeningen in een cirkel waren gezet: niemand stond bovenaan dus kon niemand ontslagen worden! Ook de verplichte winkelnering, het kopen in de winkel van de baas, zorgde voor het voortduren van de uitzichtloze situatie.
De komst van het stemrecht bracht aanvankelijk geen echte verbetering. Personeel volgde het stemadvies van zijn broodheer op uit angst voor ontslag. De kerk schaarde zich maar al te vaak achter de hoge heren; Ook zij bestonden bij de gratie van hun “vrijgevigheid”. Mgr. Nolens was een van de eersten die de stelling steunden dat een arbeider zoveel moest kunnen verdienen, dat hij in zijn eigen levensonderhoud moest kunnen voorzien. De publicaties van Charles Dickens hebben aangezet tot nadenken, een aanzet waar wij allemaal mee te maken hebben gekregen.
Vandaar deze impressie.


